De koning en zijn adviseur.

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Er was eens een koning die een adviseur had. Deze adviseur vertrouwde op Allah in al zijn zaken. Op een dag raakte de koning zijn vinger kwijt en toen de adviseur dit zag zei hij tegen de koning: “Ghayr, ghayr, inshaa’Allah! (Alles wat van Allah komt is goed.)” Hierop werd de koning erg boos op zijn adviseur en zei: “Wat is er nu goed aan dat ik mijn vinger kwijt ben?” Vervolgens gaf de koning opdracht om de adviseur in de gevangenis te gooien.

De adviseur reageerde zoals altijd met de woorden: “Ghayr, ghayr, inshaa’Allah!” En werd toen naar de gevangenis gebracht.

De koning pleegde iedere vrijdag erop uit te trekken en tijdens zijn laatste uitstapje was hij in de buurt van een groot bos. Na uitgerust te hebben ging de koning het bos in voor een wandeling. Het was zo dat in dit bos mensen leefden die een afgodsbeeld aanbaden. En toevallig was het op die bewuste dag dat dit volk hun jaarlijkse feest vierden ter ere van hun afgodsbeeld. Ze waren op zoek naar iemand om op te offeren voor hun godheid. Zij troffen de koning aan, besloten hem in de boeien te slaan om hem vervolgens op te offeren. Toen zij echter zagen dat hij een vinger miste vonden zij het niet gepast om een verminkte persoon aan hun godheid te schenken. Hierop lieten zij hem gaan. De koning moest toen meteen denken aan de woorden van zijn adviseur: “Ghayr, ghayr, inshaa’Allah!”

Toen de koning terug kwam van zijn uitstapje liet hij onmiddellijk zijn adviseur vrij en vertelde hem over datgene wat hem was overkomen in het bos. Hij zei: “Het was werkelijk een goede zaak dat ik mijn vinger kwijtraakte, maar wat mij bevreemde waren jouw woorden toen jij de gevangenis in moest, namelijk: ‘Ghayr, ghayr, inshaa’Allah!’ Wat was hier dan zo goed aan?” Waarop de adviseur antwoordde: “Ik ben uw adviseur en ben dus altijd in uw gezelschap. En was het niet dat ik de gevangenis in moest, dan was ik samen met u het bos in gegaan en dan zouden deze afgodsaanbidders mij hebben opgeofferd aan hun godheid aangezien ik geen lichamelijke mankementen heb. Vandaar dat de gevangenis beter voor mij was.”