Wat is de uitspraak over iemand die beweert De Heer van Glorie te hebben gezien in een droom?

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Vraag:
Wat is de uitspraak over iemand die beweert De Heer van Glorie te hebben gezien in een droom? Is het waar dat Imam Ahmad ibn Hanbal Allah meer dan honderd keer in een droom heeft gezien, zoals velen zeggen?

Antwoord:
Alle lof zij Allah.

Shaykh ul-Islam Ibn Taymiyyah en anderen hebben gezegd dat het mogelijk is dat iemand De Heer in een droom ziet, maar zij zien niet hoe Hij werkelijk is, want niets is aan hem gelijk. Allah zegt (interpretatie):

“niets is aan hem gelijk, en hij is de alhorende, de Al-ziende” (42:11)

Dus niets in Zijn schepping lijkt op hem, maar men kan wel in een droom zien dat de Heer tegen de persoon spreekt, maar welke beelden hij/zij ook ziet, het is niet Allah die men ziet, want niets is aan hem gelijk, dus is er ook niets dat op Hem lijkt.

Shaykh Taqiy al-Deen heeft betreffende deze zaak gezegd dat dit kan variëren, afhankelijk van de situatie van de persoon die deze droom ervaart. Hoe rechtvaardiger en goed de persoon in kwestie is, hoe dichter de droom  bij de werkelijkheid ligt, maar Allah is anders dan wat hij of zij ook ziet, want het basisprincipe is dat niets aan hem gelijk is.

Hij kan een stem horen die dingen zegt of zegt doe dit en dat, zonder enige beeld te zien dat lijkt op een geschapen wezen, want het basisprincipe is dat niets aan hem gelijk is. Er werd overgeleverd dat de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) de Heer zag in een droom. Er werd overgeleverd door Mu’aadh (moge Allah tevreden zijn met hem) dat de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zijn Heer zag, en er werd overgeleverd door een aantal isnaads dat hij de Heer zag, en dat Allah Zijn hand tussen de schouders van de profeet plaatste, waardoor hij een “verlichting” op zijn borst voelde. Al-Haafiz ibn Rajab schreef hier een artikel over, getiteld “Ikhtiyaar al-Awla fi Sharh Hadeeth Ikhtisaam al-Mala’ al-A’laa”. Dit geeft aan dat de profeten hun Heer in hun dromen zag. Maar wat betreft het zien van de Heer in deze wereld, dit gebeurde niet.

De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd dat niemand, tot zijn dood, de Heer zal zien. Dit werd overgeleverd door Muslim in zijn Saheeh. Toen er aan de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) werd gevraagd of hij de Heer had gezien zei hij: ”Ik zag Licht.” Dit werd overgeleverd Abu Dharr ( moge Allah tevreden zijn met hem). (Moeslim)

‘Aa’ishah (moge Allah tevreden zijn met haar) werd hierover gevraagd en zij vertelde dat niemand Hem in deze wereld zal zien, want het is de grootste zegening voor de moslims om Allah in het Paradijs te aanschouwen, dus zal dit enkel weggelegd zijn voor de mensen van het Paradijs en de gelovigen in het Hiernamaals, en voor de diegenen die geloven in de staanplaats op de Dag der Opstanding. Deze wereld is de nederzetting van beproevingen, de ruimte bezet door zowel goede als slechte inwoners, dus is dit niet de plaats om Allah te aanschouwen, want Hem waarnemen is de grootste zegening, dus heeft Hij dit opzij gezet voor Zijn gelovige slaven de woonplaats van eer op de Dag der Opstanding.

Wat betreft het zien van Allah in een droom, wat veel mensen beweren zo'n droom te hebben gehad, hangt af van diegene die de droom heeft ervaren, zoals Shaykh al-Islam Ibn Taymiyah (moge Allah genadig met hem zijn) zei, hoe rechtvaardig en vroom de persoon is. Sommigen beelden zich in dat ze Allah hebben gezien, terwijl het in werkelijkheid de shaytaan is die zich als Allah voordoet, zoals overgeleverd werd dat hij verscheen voor Abd al-Qaadir al-Jeelaani op een troon boven water, zeggend:” ik ben uw heer en ik heb u ontheven van uw verplichtingen.” Shaykh ‘Abd al-Qaadir zei: “zwijg, O vijand van Allah je bent mijn heer niet, want de bevelen van Allah kunnen nooit ontheven worden van diegenen die aansprakelijk zijn.”. Het komt erop neer dat  het onmogelijk is om Allah te zien wanneer men wakker is, zelfs de  Profeten niet (vrede zij met hen allen), zoals hierboven vermeld in de hadieth van Abu Dharr, dit werd ook aangegeven door de woorden van Allah aan Mousa (vrede zij met hem) toen hij aan de Heer vroeg om Hem te aanschouwen. Hij (Allah) zei tegen Mousa:

“Jij zult mij nimmer (kunnen) zien” (7:143)

Maar de profeten en andere vromen kunnen Hem zien in een droom, maar wat ze zien heeft geen gelijkenis met Zijn creatie, zoals hierboven vermeld in de Hadith van Mu’aadh (moge Allah tevreden zijn met hem). Maar als men (in de droom) bevolen word om iets te doen dat in strijd is met de islamitische wet, dan is dit een teken dat het niet de Heer is die men heeft gezien in zijn droom, maar eerder een duivel. Als men ziet dat hij hem vertelt het gebed of aalmoes achterwege te laten, of om het vasten in de maand Ramadan achterwege te laten omdat de persoon in kwestie zogezegd verlost zou zijn van zijn verplichtingen, of hij moet zijn ouders niet respecteren en de “toelating” krijgt om rente te consumeren, al deze dingen zijn tekenen dat men een duivel heeft gezien en niet de Heer in de droom. Wat betreft Imam Ahmad’s verslag over het zien van zijn Heer, ik weet niet of dit correct is


Majmoo’ Fataawa wa Maqaalaat Mutanawwi’ah li’l-Shaykh Abdul Aziz bin Abdullah bin Baz
, 6/367.
Islamqa.com
Vertaald van Engels naar Nederlands door een broeder, nagekeken en gecorrigeerd door Team islamkennis