Dromenuitlegger

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

Vraag:
Hoe zit het met de correctheid van boeken die dromen uitleggen, zoals het boek ‘Tafsier al-Ahlaam’ van Ibn Sirien. Dienen we in de inhoud van dit soort boeken te geloven en mag hiernaar gehandeld worden? Voeg hier wel aan toe dat er koranverzen en overleveringen van de Profeet (vrede zij met hem) te vinden zijn in deze boeken.

Antwoord:
Mijn advies aan de broeders is om dit soort boeken niet aan te schaffen of te bestuderen. Dit omdat (de inhoud van) dit soort boeken geen openbaringen zijn, maar slechts visies. Deze kunnen correct of incorrect zijn. Verder kan één en dezelfde droom op verschillende manieren uitgelegd worden, afhankelijk van de persoon, tijd en plaats. Een droom die een persoon heeft gehad, kan anders uitgelegd worden bij een andere persoon met dezelfde droom.

Daarom adviseer ik de moslims om dit soort boeken niet aan te schaffen, noch te bestuderen. Wanneer men een droom ziet, dient hij datgene te doen wat de Profeet (vrede zij met hem) ons heeft voorgeschreven. Betreft het een positieve droom, dan kan hij dit verder vertellen aan wie hij wil. Een voorbeeld hiervan is wanneer in iemands droom tegen hem gezegd wordt: “Wees verheugd met het Paradijs.” In zo’n geval kan hij dit verder vertellen aan wie hij wil.

Wanneer hij een akelige droom heeft gehad, dan dient hij te zeggen: “Ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen de Shaytaan en tegen het kwade dat ik heb gezien.” Hij dient dit niet verder te vertellen aan anderen, zelfs niet aan een ‘dromenuitlegger’. Verder kan hij zich keren op zijn andere zijde en verder slapen of opstaan.

Het in acht nemen van deze profetische adviezen zorgt ervoor dat - met de wil van Allah - deze persoon niets overkomt. Enkele metgezellen hadden slechte dromen waar zij zelfs ziek van werden. Maar toen zij dit advies van de Profeet (vrede zij met hem) in acht namen, werden zij verlost van de kwellingen van deze dromen.


Shaykh Mohammed Ibn Saalih al-Uthaymeenn
(Fataawaa Hawla Bad il-Koetoeb, blz. 76)