De leerstellingen van de Islam

In naam van Allah, de Barmhartige de Genadevolle en vrede en zegeningen zij met eenieder van de profeten evenals met hen die hun boodschap volgen.

De basis van het islamitisch geloof is het geloof in pure monotheïsme, ofwel in de Eenheid van God. Dit betekent dat er maar één Schepper en Onderhouder van alles in het universum is en niets en niemand aanbidding waard is behalve Hem de Verhevene.

 Het geloof in de Eenheid van God houdt veel meer in dan enkel geloven dat er Eén God is – in plaats van twee, drie of vier. Pure monotheïsme is geloven dat alleen de Enige Ware God aanbeden dient te worden in overeenstemming met de openbaring die Hij naar Zijn Boodschapper stuurde. De Islam verwerpt het gebruik van alle vormen van tussenpersonen tussen God en mens en staat erop dat mensen zich direct tot God richten. Moslims geloven dat de Almachtige God Medelijdend, Liefhebbend en Genadevol is.

Een populaire misvatting is de bewering dat God Zijn schepselen niet rechtstreeks kan vergeven. Hierdoor beginnen mensen vaak te wanhopen aan de Genade van God. Zodra ze ervan overtuigd raken dat ze geen rechtstreeks contact met God kunnen hebben, wenden ze zich tot afgoden voor hulp, zoals idolen, helden, heiligen en engelen. We merken vaak dat degenen die dit soort afgoden aanbidden bemiddeling van hen vragen en hen niet als ‘god’ zien. Ze beweren dat ze in de Ene Allerhoogste God geloven, maar dat ze anderen aanbidden en gebeden tot hen richten om dichter tot God te komen. In de Islam is er een duidelijk onderscheid tussen de Schepper en de schepselen. Er is geen onduidelijkheid over wat goddelijk is: alles dat geschapen is, is het niet waard om aanbeden te worden; alleen Allah, de Schepper, is aanbidding waard. Sommige godsdiensten beweren dat God onderdeel is geworden van Zijn schepping. Dit heeft ertoe geleid dat mensen zijn gaan geloven dat ze iets dat geschapen is kunnen aanbidden om zo hun Schepper te bereiken.

Moslims geloven dat God Uniek is en Verheven boven menselijk bevattingsvermogen en dat Hij absoluut geen partners, metgezellen, gelijken, tegenstanders of nageslacht heeft. Moslims geloven dat Allah “noch heeft verwekt, noch is Hij verwekt.” (112). Hij is Volkomen Uniek en Eeuwig. Hij heeft de controle over alles en is geheel in staat Zijn Oneindige Genade en Vergiffenis te geven aan wie Hij wil. Dit is de reden dat Allah ook wel de Almachtige en de Meest Genadevolle wordt genoemd. Allah heeft de wereld voor de mensheid geschapen en wil als Schepper het beste voor al zijn schepselen. Moslims beschouwen alles in het universum als een teken van de Almacht en Barmhartigheid van de Almachtige God. Het geloof in de Eenheid van Allah is niet alleen een metafysisch idee, maar het is een dynamisch geloof dat iemands beeld van de mens, de maatschappij en alle aspecten van het dagelijks leven beïnvloedt.